Loader image
Loader image
Back to Top
Sanctum Stories: Jaar 0 – De ontwaking.
In het begin der tijden, ontstond er een volsterkt nieuwe wereld. Waar deze vandaan kwam, en hoe dit heeft kunnen gebeuren, is nog onduidelijk. Men sprak over een zwart gat… een botsing tussen ruimte en tijd, waardoor vandaag de dag verschillende groeperingen door tijd en ruimte heen verward zijn, wat uiteindelijk leidde tot een soort externe gemengde nieuwe wereld. Meerdere grote machten, verenigd in deze wereld. Een nieuwe wereld… ook gemixt met meerdere thema’s, bouwstijlen enzovoorts. Velen bevolkingen gingen op pad, en bouwde een nieuw maar alternatief leven op. Iedereen was zich bewust van dat er iets geks gebeurt was. Men leefde met angst, met onwenning…
——-?——-
——-?——-
——-?——-
 
Sanctum Stories: Jaar 61 – Belum in de woestijn
 
Het keizerrijk der Belum ontdekte de woestijn van Cadaj in het jaartal 56. Belum besloot Cadaj voorlopig met rust te laten en enkel te beschouwen als handelspartner. Naarmate van tijd leerden de farao van Cadaj en de keizer van Belum zich beter kennen, wat ontwikkelde tot een diplomatieke vriendschap. Deze verstandhouding duurde helaas niet lang, aangezien de keizer en farao respectievelijk hun eigen visie hadden over hoe ze hun landen het beste konden regeren. Dit meningsverschil zorgde uiteindelijk voor een negatieve breuk tussen de twee grootmachten.  De diplomaten van Belum die toendertijds bij de ambassade in Cadaj gestationeerd waren hadden echter de geschriften van Cadaj ingezien met waardevolle informatie over de locaties van mineraal groeven, en graftombes royaal gevuld met de nalatenschap en rijkdommen van overleden edelen. Met deze informatie deden ze een beroep op de keizer van Belum met een verzoek om het woestijnrijk der Cadaj binnen te vallen voor de mineralen en andere grondstoffen om de schommelende economie van Belum te balanceren. In antwoord daarop weigerde de keizer om Cadaj te veroveren, aangezien hij niet geassocieerd wou worden met een actie van hebzuchtigheid. Ondanks de afwijzing van de keizer hadden de diplomaten andere plannen. Ze vonden de beslissing laf, een emotionele en niet doordachte beslissing. 
Een winnende oorlog om de grondstoffen van Cadaj zou Belum namelijk zowel economisch als militair ondersteunen bij het ontwikkelen en onderhouden van grotere legioenen, het kenmerk waar Belum bekend om staat. In de schaduwen smeedden de diplomaten samen om een nagemaakte aanslag te plegen op de keizer in naam van de farao van Cadaj als teken van oorlogsverklaring. Het doel van deze aanslag zou niet zijn om de keizer van zijn leven te beroven, maar om hem het nodige duwtje in de rug te geven om de oorlog te verklaren aan Cadaj.
Belum in de woestijn
Na de succesvolle aanslag op de keizer in het jaartal 61 maakte hij de beslissing om formeel de oorlog te verklaren aan Cadaj. Hij stuurde verkenners richting de woestijn om het bericht af te leveren. De legioenen van Belum vertrokken te voet richting de droge en hete woestijn. De talloze grondtroepen waren gemotiveerd om aan de woestijnbewoners te laten zien dat een dreigement richting het keizerrijk der Belum niet getolereerd werd. De tocht bleek echter  zwaarder dan gedacht, aangezien de zomer eerder terug bleek te komen dan gedacht. De temperaturen liepen heftig op, iets waar de legioenen van Belum niet goed op voorbereid waren aangezien hun gevechten onder een koeler klimaat gewend waren. De hoge temperaturen in combinatie met de verschillende gevaren van de woestijn werden een serieuze dreiging voor het leger van Belum. Hyena’s die de grondtroepen beroofden van hun voorraad aangezien er nauwelijks voedsel te vinden was in de hitte van de woestijn, giftige schorpioenen en slangen die de soldaten enkel zagen als prooi, spontaan heftige zandstormen die de krijgsmannen levend begroeven onder woestijnzand. Door deze dreigingen zwakte de legioenen van Belum gigantisch af, waardoor er maar een fractie overbleef van het leger van Belum. Toen ze nog maar kilometers van de hoofdstad van Cadaj verwijderd waren en de legioenen van de farao Belum als waakhonden op stonden te wachten, erkende Belum dat ze zwaar in de minderheid waren en de laatste legers besloten zich terug te trekken. Deze verloren oorlog zorgde ervoor dat de staat 4 jaar lang in een economische crisis belandde door al het geld wat in deze oorlog werd gestopt.
Sanctum Stories: Jaar 72 – De muren van Paristius

Het rijk Rhuna was voor de ontdekking van Arelius vanaf het jaartal 66 niet bekend met de rijken ten zuiden van Norkarius, de woeste zee was te gevaarlijk om over te varen en om verder te reizen dan de continente grens was geen goed plan aangezien zij niet de enige waren in het noorden. Tot er een groep avonturiers het risico namen om toch deze zee proberen over te steken. Na een lange reis over de woeste zee komen ze bij uit bij een vlakke kust, het rijk Arelius.
Sinds de ontmoeting van de rijken zijn het jaren geweest met vele veldslagen, zowel op land als op zee. Het is toen wel vaker voorgekomen dat de koningen van Arelius en Rhuna een vredespact hebben afgesloten, maar deze is door beide kanten keer op keer verbroken. Het volk van Arelius accepteert zo een barbaars volk als de vikingen niet en wilt ze weg van hun land en wateren, en dat terwijl de vikingen niks anders wouden dan samenwerken om zo oorlog te vermijden. De bevolking van Arelius kwam in opstand en besloten zelf actie te ondernemen tegen de vikingen, zo vormde er grote groepen van boeren, jagers en zelfs rovers om samen de vikingen langzamerhand weg te jagen. Deze protest groepen vielen gevestigde viking boerderijen aan in Arelius, tot ze het zover kregen dat de koning van Arelius het leger heeft moeten inschakelen om de losgeslagen protestanten in bedwang te houden en de onschuldige vikingen te beschermen. Het heeft lang geduurd voordat de viking dorpen in Arelius veilig waren, iets waar zowel de koning van Rhuna als van Arelius niet blij mee waren. Koning Thrildur was woedend en waarschuwde de koning van Arelius. Het vredespact, iets wat jarenlang de rust heeft gehouden tussen Arelius en Rhuna, maar nu niets meer is dan een oud boek.
De muren van Paristius 
Het gevecht, het gevecht tussen de vikingen en de ridders. Het gevecht dat de toekomst wellicht kan gaan veranderen. Eenmaal aangekomen bij de kust van Paristius neemt hij het plan nog een laatste keer door. ‘’En ik herhaal, geen kinderen!’’’… En zo voeren de bloeddorstige vikingen verder,  via de zee de diepe inwaartse rivier van Arelius binnen en dan door naar de hoofdstad Paristius. Niemand die het had verwacht, langwerpige schepen met drakenkoppen op de boeg. In een korte tijd stond de haven vol met schepen uit Rhuna. De wachters van de muren van Paristius sloten de poort en de koning werd geïnformeerd. Charles II, de koning van Arelius raakte in paniek, niet wetend hoe hij dit probleem moest bestrijden gaf hij de leiding aan zijn generaal. Het leger werd ingeschakeld en de haven werd afgesloten, in de hoop zo de vikingen vast te zetten. De krijgers uit Rhuna sprongen vanuit hun boten op de pier, alleen de havenpoort was gesloten, dus moesten ze op een andere manier Paristius binnenkomen. Koning Thrildur was niet zomaar een koning, hij had dit al helemaal uitgeplant. Zo voeren de laatste paar schepen de haven binnen met grote vlotten met hoge ladders erop. Deze vlotten zijn tegen de hoge stijlen muren aangezet, zo konden de krijgers van Rhuna de ladders beklimmen om de muur op te komen. Een legioen aan boogschutters en soldaten met lange speren hielden de bloeddorstige vikingen tegen, ook werden er tonnen met olie over de vikingen en de trappen heen gegooid om ze in de fik te
steken met vuurpijlen. Na uren te vechten werden de vikingen weggedreven, met schepen aan lijken en wateren vol bloed-
Sanctum Stories: Jaar 75 – De kruistochten op Palestiar
In het jaar 75 hoorden Arelius van geruchten over een religie met honderdduizenden volgers, iets wat nog nooit eerder is voorgekomen. Een religie die verschilt van Arelius zijn religie. Hier geloofden mensen niet in andere mensen en of stambeelden, maar in een grootmacht. Arelius zag dit als een concurrent, een vijand, iets wat niet te vertrouwen is, Het ging over het rijk Danar, zij die leven in de hete woestijn tussen de schorpioenen en de slangen. Het volk van Danar was zeker een sterk religieus volk, ze waren beleefd richting de medemens en stonden open voor handel met iedereen. Zij wisten veel van de rijken buiten de woestijn en in wat ze geloven, maar zagen niemand als vijand vanwege hun verschillen. 
 Niemand weet hoe het nou echt is begonnen, maar op een dag kwam het aan bod. De koning en zijn naasten verklaarde oorlog aan Danar, zonder dat Danar het door had. Maar om een onschuldig rijk zomaar aan te vallen? Daar zullen de allianties en het volk van Arelius niet akkoord mee gaan. Dus bedachten ze een list, ze kondigde een bijeenkomst in het. Kathedraal aan waar iedereen welkom was, bij deze bijeenkomst kwam er een hele belangrijke aankondiging. Zo betaalde ze een hoog priester om een leugen te verspreiden, hij kreeg de opdracht te vertellen dat er een heilig stuk land ergens ver in de Woestijn te vinden was. Het ging over het land Palestiar. En zo vertelde de priester over het land, en dat het nu is overgenomen door de woestijnratten uit Danar, hij zei dat dit land niet als heilig wordt gezien en dat het slecht wordt behandeld door de huidige bewoners. En hij zei het volgende ‘’Hij die Palestiar betreed en het niet behandeld als de grond van God, zal worden gedisciplineerd met het zwaard van God’’. 
 
Sanctum Stories: Jaar 93 – Het verraad van de elven
Het eeuwenoude elfenrijk en machtige trotse dwergenrijk gaan tot ver in de history terug. De elven, toch een rijk wat zich fijn voelt onder de wat warmere en vooral vruchtbare gebieden, waar ze één met de natuur konden zijn. Hier voelde ze zich prettig… hier voelde ze zich fijn. De dwergen hadden het daar wat minder op… bikkelharde rotsen, steen en grote berggebieden, vooral richting het koude noorden. Dit was hun bezigheid, dit was voor hun het genot wat deze mooie wereld te bieden had. Twee tegengestelde partijen, die toch niet snel elkaar zouden treffen. 
De dwergen, die in fundament niet direct nieuwsgierig en avontuurlijk ingesteld waren, hadden dan ook geen probleem om in de noordelijke gebieden hun eigen ding te blijven doen. Ze hadden het er prettig en hadden geen drang voor de buitenwereld. Echter, bij de elven was dit anders. Elven, met een van oorsprong nieuwsgierig karakter, zagen het als hun lot, om deze prachtige wereld vol natuur en klimaten te verkennen. Het elfenrijk groeide, en uiteindelijk was er toch echt wel de noodzaak en interesse om met verschillende scout partijen deze wereld te gaan uitkiemen, en alles keurig in kaart te gaan brengen. En zo vertrokken er meerdere scout missies richting verschillende delen van de wereld, meerdere richting de open zeeën, Noord-West van het Elfenrijk, en ook eentje richting het noorden, vanuit de Oostelijke zee. 
De noordelijke verkenning partij had het zwaar in de Noordelijke bergen. Meerdere sneeuwstormen, stijlen berggebieden en het koude klimaat. Dit gaf voor de elven nooit gewenning… De elven waren bijna door hun eten heen, en dit was dan ook in het jaar 86, waar de elven voor het eerst een nieuw teken van leven tegen kwamen, deze in de vorm van een reusachtig standbeeld. Dit standbeeld… Het gaf voor hen geen duidelijkheid, totdat ze het pad afliepen wat ernaast te vinden was. De verkenningsgroep uit het zuidelijke natuurrijk werd uiteindelijk opgevangen door het dwergenrijk, wat nog nooit een soortgelijke soort had aangetroffen. Ze waren… groot? Lang en redelijk dun… Een zeer aardig volk, heel openhartig. De dwergen hadden duidelijk een andere cultuur, maar zo goed als de dwergen zijn, boden ze de groep onderdak en eten. Door de jaren heen is er een band opgericht, een band tussen elfen en dwergen… een onmogelijke relatie. Er waren notabene zoveel verschillen. De tijd ging voorbij, en het jaar 93 brak alweer aan. Een paar jaren van onrust. De lokale partijen en inwoners uit het dwergenrijk Gondar hadden weinig te eten, en barre tijden braken aan. En net op dat moment… net op het moment dat een rijk en welvarend land als het elfenrijk Zania kon ingrijpen, en kon helpen, keerde Zania hen de rug. Het bleef stil voor de rest van de tijd. Zeer stil. Er was voor beide geen reden om elkaar te bezoeken. Gondar voelde zich bedrogen. Maar waarom…waarom greep Zania niet in? Het huidige antwoord is nog niet ondervonden. Tot nu toe heeft Gondar nog niet het zwaard in de lucht kunnen steken als oorlogsverklaring aan Zania. Het land was nog steeds redelijk arm wat betreft eten. Goud, handels metalen en ijzer genoeg. Na veel handel met meerdere kleine handelsgroepen zoals kleine losstaande piratenpartijen, nomaden en handelsreizigers, kwam Gondar er weer bovenop. Vandaag de dag gaat het nog altijd veel beter met Gondar. Maar hoe loopt dit af, dit is nog altijd iets wat speelt. Liggen er nog wraakgevoelens? Of wordt het ze vergeven? En hoe is het met Zania? Nog steeds een machtig rijk… nog steeds vol met eten? Eten wat ze misschien weg hadden kunnen geven? De stemming blijft grillig, maar het blijft onduidelijk welke acties en daden het tot gevolg zal hebben. 
 
SanctumStories Jaar 101 – Tirades op ontdekkingsreis
De briljante uitvinders van het koninkrijk der Tirades in het jaartal 97 werden de eerste mensen die gebruik maakten van de wet van Archimedes. Na een periode van onderzoeken en testen werd het eerste functionele schip wat mensen kon vervoeren ontwikkeld. Toepasselijk werd ze ook de Predecessor gedoopt, verwijzend naar het feit dat zij het eerste schip van de velen zal zijn. Oorspronkelijk werden de schepen enkel gebruikt voor het vervoeren van personen, totdat ingenieurs met het briljante idee kwamen om schepen te gebruiken voor het verplaatsen van goederen. Dit initiatief werd bedacht om de gebieden die moeilijker te voet te bereiken zijn voldoende te kunnen bevoorraden voor de winter. 
Verschillende schippers werden benieuwd naar de wereld voorbij Tirades, wat zou er voorbij die zeespiegel liggen? Een groep zeelieden kregen opdracht om te ontdekken voorbij hoe ver het oog kan zien. Deze tocht werd gesponsord door de staat die voorraden, een budget en matrozen leverde aan de zeelieden. In het jaar 101 vertrokken drie schepen richting de horizon. Na een uur varen zag je enkel nog maar water wanneer je om je heen keek. Dag en nacht kregen matrozen de opdracht om de oceaan in de gaten te houden, zoekend naar vaste land. Iedere paar uur werd een matroos in het kraaiennest gezet om van boven te kijken en na een tijdje werd die weer afgelost door een ander. Totdat de woorden “vasteland in zicht!” werden geroepen. De kapitein en een aantal matrozen liepen richting stuurboord en keken voor zich uit. Het was echt waar, vaste land! 
De groep van drie schepen waren de eerste mensen die ooit een oceaan hadden overgestoken door middel van een boot. In de ochtend werden de schepen gestationeerd langs het stuk land en de bemanning vaarde in kleine bootjes richting het strand. Dit gebied had een heel ander klimaat dan Tirades, de lucht was vochtig en het was erg benauwd. Het oerwoud van bomen die aan het strand lag werd toen betreden door de bemanning. In iedere richting zag je gebladerte en af en toe een insect langs kruipen of vliegen. Rond het begin van de middag zag een van de matrozen een vage schim door het bladerdak heen voortbewegen. De bemanning maakte hem voor gek uit, totdat er een vreemd geritsel klonk van boven. Het begon met één, toen zagen ze er nog één, hoeveel telde ze er? Negen, veertien, eenentwintig! De kapitein merkte op dat ze ergens doelgericht naar toe gingen. Hij dacht na en toen drong het tot hem door, ze gingen richting de schepen! 
De kapitein waarschuwde de bemanning en binnen een fractie van een seconde vertrok de eerste matroos al terug richting het strand. Na een tijdje rennen kwam de bemanning terug op het strand en tot hun grote verbazing bleek er niemand te zijn. De kapitein keek richting zijn stuurman. “H-help..” sprak de stuurman, voordat hij met een pijl in zijn oog in het zand viel. Niet alleen de stuurman, maar ook een aantal matrozen begonnen plots neer te vallen. De kapitein herkende dit als een aanval van de vreemde schimmen die zichzelf verborgen hielden in het oerwoud. Zonder te twijfelen zwom de bemanning terug naar de drie schepen. Twee schepen konden op tijd vertrekken, echter was de stuurman van het derde schip overleden aan zijn verwonding op het strand. Géén van de matrozen had ervaring als stuurman, waardoor er verschrikkelijke chaos ontstond op het schip. De personen die de bemanning kortgeleden aanvielen klommen op het derde schip en maakte gehakt van de matrozen, dit allemaal in een oogwenk. De personen keken richting de twee schepen die wel wisten te ontsnappen en de Tiradianen keken ze na. Toen begonnen de mensen uit het oerwoud een vreemde kreet te roepen: “Kauri iá! Kauri iá!”. 
Na de terugkeer van de twee schepen die waren overgebleven, werd de beslissing gemaakt om voortaan schepen te bewapenen met een handjevol grondsoldaten. Deze keus werd gemaakt omdat de mensen van Kauri, hoe de Tiradianen hen nu noemde, nu hun technologie over schepen ook bezaten. Tussen de jaren 102 en 104 werden er aanvalsschepen richting het gebied van Kauri gestuurd om het volk in bedwang te houden in reactie op hun aanval richting de bemanning eerder. Géén van deze schepen keerde ooit terug naar Tirades. In die periode ontstond er een leus die al snel bekend werd onder de zeelieden van Tirades: “Als je een paar ogen richting jou ziet kijken vanuit de boomtoppen, maak rechtsomkeert en vlucht met je staart tussen je benen”.
Echter keerde er in het jaar 105 een schip terug met gevangenen aan boord, het was een kleine groep bosjesmannen uit Kauri die nu opgesloten zaten in het laadruim.